Het is een vraag waar je eigenlijk nooit over uitgepiekerd raakt: hoe kon een vooruitstrevende beschaving als de Duitse een grootschalige gruwel als de Holocaust toestaan? Na de oorlog riepen veel Duitsers onwetendheid in als excuus. Die mogelijkheid kon altijd op veel wenkbrauwengefrons rekenen. Hadden de nazi's al niet sinds de jaren '20 openlijk lucht gegeven aan hun virulente antisemitisme?
En toch. Als je alleen moest afgaan op woorden, was het minder eenvoudig om de ware bedoelingen van het nationaal-socialistische regime te doorgronden dan je zou verwachten. Dat blijkt uit “Doodgewone woorden: NS-taal en de Shoah”, een studie van de historicus Fabian Van Samang (KU Leuven).
Semantische entropie
Het nazi-discours werd op alle niveaus gekenmerkt door een hoge mate van dubbelzinnigheid, “semantische entropie”. Nu eens riep Hitler dat alle joden moesten emigreren, dan weer leek hij aan te sturen op uitroeiing. Maar zelfs al nam hij een begrip als “uitroeien” in de mond, dan nog was soms een symbolische interpretatie mogelijk. Kortom, het was niet zo eenvoudig om er je vinger achter te krijgen.
Die onduidelijkheid schiep mogelijkheden. De radicale taaluitingen spraken de fanatiekelingen aan, de rekkelijken in de leer trokken zich op aan de meer gematigde uitspraken. Voor ieder was er wat wils, niemand hoefde zijn overtuigingen geweld aan te doen.
Terwijl overtuigde nazi's met het genocidale discours van de Führer aan de slag gingen, hielpen de vage woorden veel gewone Duitsers om de radicale consequenties van zich af te schuiven. Velen zijn daardoor pas laat, soms zelfs na de oorlog, tot het inzicht gekomen wat er werkelijk is gebeurd.
Misschien was “Wir haben es nicht gewusst” toch niet dat slappe excuus dat wij er altijd in hebben gezien.
Fabian Van Samang. Doodgewone woorden - NS-taal en de Shoah. Universitaire Pers Leuven; 2010.