Dit zag ik in februari op het balkon van mijn skihotel: een oogverblindende besneeuwde helling.
En zo zag het er deze week uit, door een webcam op hetzelfde balkon: een armetierig, snel slinkende witte strook in een modderige wei.
De intredende dooi heeft een einde gemaakt aan het sprookje. De wei is weer aan de koeien.
De lente kan ongewoon laf en onbarmhartig wreed zijn.
vrijdag 8 april 2011
zondag 3 april 2011
Minder lezen door het internet?
"Over the past few years I’ve had an uncomfortable sense that someone, or something, has been tinkering with my brain, remapping the neural circuitry, reprogramming the memory."
Dat schrijft de Amerikaanse auteur Nicholas G. Carr in het artikel Is Google making us stupid? - What the internet is doing to our brain. Hij maakt zich vooral zorgen over zijn veranderende leesgedrag.
Carr schrijft dat hij het almaar moeilijker vindt om lange stukken tekst met volle aandacht te lezen. "My concentration often starts to drift after two or three pages. I get fidgety, lose the thread, begin looking for something else to do." Een turf als 'Oorlog en vrede' van Tolstoj lijkt inmiddels buiten zijn bereik te liggen.
De oorzaak zoekt Carr bij het internet, dat zoveel stimuli tegelijk aanbiedt, dat we als lezers voortdurend onze aandacht moeten verdelen en ten langen leste niets meer grondig lezen. Dat fragmentarische leesgedrag zou ook zich ook uitbreiden naar andere media, met name boeken.
Het verschijnsel van scannen op het internet komt me bekend voor. Maar lees ik ook andere boeken dan vroeger?
De omvang van het boek lijkt me in elk geval niet doorslaggevend. Ik lees nog altijd dikke boeken. Op mijn leeslijst van vorig jaar staat bijvoorbeeld 'De welwillenden' van Jonathan Littell - een turf van ongeveer 1000 pagina's.
Dat ik 19de-eeuws boeken als 'Oorlog en vrede' mijd, heeft een heel andere reden. Ik vind het vaak moeilijk om nog aansluiting te vinden bij de leefwereld van auteurs als Tolstoj, Dostojevski en Dickens. Ik heb bij oude boeken voortdurend het gevoel dat essentiële clues me ontgaan, eenvoudigweg omdat het me ontbreekt aan voorkennis over de context.
Die motivatie is nu weg. Ik acht mezelf voldoende opgevoed. Ik wil nu boeken lezen die me direct aanspreken omdat ze kennis brengen die aansluit bij mijn interesse, omdat de stijl me bevalt of omdat ik de thematiek herkenbaar vind. En ik heb geen trek om eerst een literaire studie te lezen, ten einde te weten waar het boek nu precies over gaat.
Ik kies dus voor instant gratification (al is instant misschien ook geen adequate kwalificatie voor een boek van 1000 pagina's). Maar daarvoor mag ik niet Larry Page en Sergey Brin met de vinger wijzen.
Ik voel veel voor de theorie van Nicholas G. Carr. Maar voorlopig komt ze nog niet helemaal overeen met mijn eigen leeservaringen.
Dat schrijft de Amerikaanse auteur Nicholas G. Carr in het artikel Is Google making us stupid? - What the internet is doing to our brain. Hij maakt zich vooral zorgen over zijn veranderende leesgedrag.
Fragmentarisch lezen
De oorzaak zoekt Carr bij het internet, dat zoveel stimuli tegelijk aanbiedt, dat we als lezers voortdurend onze aandacht moeten verdelen en ten langen leste niets meer grondig lezen. Dat fragmentarische leesgedrag zou ook zich ook uitbreiden naar andere media, met name boeken.
Het verschijnsel van scannen op het internet komt me bekend voor. Maar lees ik ook andere boeken dan vroeger?
Dunnere boeken?
Ik ben blij dat ik 'Oorlog en Vrede' twintig jaar geleden al heb gelezen. Ik weet niet of ik er nu nog doorheen zou komen. Ik zou er zelfs niet meer aan beginnen. Maar ik ben er nog niet van overtuigd dat dat de schuld is van het internet.De omvang van het boek lijkt me in elk geval niet doorslaggevend. Ik lees nog altijd dikke boeken. Op mijn leeslijst van vorig jaar staat bijvoorbeeld 'De welwillenden' van Jonathan Littell - een turf van ongeveer 1000 pagina's.
Dat ik 19de-eeuws boeken als 'Oorlog en vrede' mijd, heeft een heel andere reden. Ik vind het vaak moeilijk om nog aansluiting te vinden bij de leefwereld van auteurs als Tolstoj, Dostojevski en Dickens. Ik heb bij oude boeken voortdurend het gevoel dat essentiële clues me ontgaan, eenvoudigweg omdat het me ontbreekt aan voorkennis over de context.
Motivatie
Dat het me destijds wel is gelukt om veel klassieken te lezen, heeft te maken met motivatie. Ik zag het als een onderdeel van mijn culturele opvoeding. Het was iets wat ik aan mijn stand verplicht was.Die motivatie is nu weg. Ik acht mezelf voldoende opgevoed. Ik wil nu boeken lezen die me direct aanspreken omdat ze kennis brengen die aansluit bij mijn interesse, omdat de stijl me bevalt of omdat ik de thematiek herkenbaar vind. En ik heb geen trek om eerst een literaire studie te lezen, ten einde te weten waar het boek nu precies over gaat.
Ik kies dus voor instant gratification (al is instant misschien ook geen adequate kwalificatie voor een boek van 1000 pagina's). Maar daarvoor mag ik niet Larry Page en Sergey Brin met de vinger wijzen.
Ik voel veel voor de theorie van Nicholas G. Carr. Maar voorlopig komt ze nog niet helemaal overeen met mijn eigen leeservaringen.
Labels:
internet
vrijdag 25 maart 2011
Dus dat noem jij kunst?
In het museum is op dit moment een tentoonstelling met installatiekunst te zien. Installaties, dat zijn bijvoorbeeld een smeltende ijslollie op een projector of een nagebouwde schuur met een zeis die automatisch rondmaait. Is dat kunst? Geen idee. Grappig is het wel. De humoristische kracht van moderne kunst wordt vaak onderschat.
Het mooist vond ik een grote zaal met werk van Honoré d'O. Hij knutselde een onbeschrijflijk geheel bij elkaar met alledaagse voorwerpen zoals elektriciteitsbuizen en speelgoed. Met open mond loop je te kijken naar zijn inventieve constructies. Vaak zie je er iets herkenbaars in - zoals het 'schilderij' op de foto - , maar even vaak blijven het raadsels.
Maar hoe verscheiden en chaotisch het er op het eerste gezicht uitziet, uiteindelijk hoort alles bij elkaar. Kunstcritici zeggen: een echte kunstenaar schept zijn eigen universum. En dat klopt ook. Misschien is dat ook wel het mooie aan goede kunst: ze kan je zomaar uit het leven van alledag wegrukken en naar een geheel andere planeet overbrengen.
Naar het Smak gaan is daardoor altijd een beetje reizen.
donderdag 27 januari 2011
Ave Maria
We waren bij MediaMarkt Oostakker met een materialistisch oogmerk, toen plotseling iemand opperde: is er hier ook geen Maria-bedevaartsoord?
Ik was wel eens in Lourdes-Oostakker geweest op 15 augustus, de dag waarop katholieken de hemelvaart van Maria herdenken. Het is er dan een drukte van belang, voor zover zeventigplusser nog drukte kunnen maken.
In dit jaargetijde ziet het oord er troosteloos en verlaten uit. Als je een gezelschapsmens bent, moet je bij MediaMarkt zijn.
Maar dat is niet minder interessant. Zegt de verlatenheid van Lourdes iets over de kerk? Over een gebrek aan spiritualiteit van deze generatie? Of was het gewoon te koud, die namiddag in januari?
Ik was wel eens in Lourdes-Oostakker geweest op 15 augustus, de dag waarop katholieken de hemelvaart van Maria herdenken. Het is er dan een drukte van belang, voor zover zeventigplusser nog drukte kunnen maken.
In dit jaargetijde ziet het oord er troosteloos en verlaten uit. Als je een gezelschapsmens bent, moet je bij MediaMarkt zijn.
Maar dat is niet minder interessant. Zegt de verlatenheid van Lourdes iets over de kerk? Over een gebrek aan spiritualiteit van deze generatie? Of was het gewoon te koud, die namiddag in januari?
woensdag 5 januari 2011
Alles komt goed!
Ik kijk naar het jaaroverzicht van 2010 op Eén, dat toepasselijk onder de vlag "Een jaar in zak en as" vaart. Op de komische acts van Michel Daerden na valt er weinig te lachen, terwijl ik 2010 zelf best een leuk jaar vond. Mijn heerlijke fietstocht over Brooklyn Bridge naar Red Hook, Brooklyn wordt kennelijk niet doorslaggevend gevonden, net zo min als mijn succesvolle beklimming van de Kitzbüheler Horn. De geborneerheid van de pers is soms wraakroepend.
Nu dan, ter compensatie. De BBC maakte een prikkelend en opbeurend filmpje waarin de Zweedse hoogleraar Hans Rosling op grond van statistische gegevens aantoont dat het al bij al de goede kant opgaat met de wereld. De verschillen tussen de armste en rijkste landen blijven hemeltergend, maar de armste landen gaan er onmiskenbaar op vooruit. Zo omstreeks het begin van de 22ste eeuw kunnen ook de Afrikanen de speculaaspasta vingerdik op het brood smeren.
Inmiddels moeten we natuurlijk wel proberen de voeten droog te houden.
vrijdag 31 december 2010
Schuldbalans
Bij Information is Beautiful hebben ze er hun handelsmerk van gemaakt om gecompliceerde onderwerpen op aanschouwelijke maar feitelijke correcte wijze toegankelijk te maken. Meestal gebruiken ze daarvoor clevere grafieken maar deze week stuurden ze hun eerste animatie de wereld in. Die vergelijkt de belangrijke schulden van deze wereld met elkaar.
Het resultaat is verbijsterend. Goed gebracht is informatie niet alleen een bron van schoonheid en elegantie, maar ook van onbehagen en verontwaardiging.
Gelukkig 2011.
Labels:
cijfers,
informatie,
schuld
zondag 12 december 2010
Een vermoedelijke vertraging van tien jaar
In De Standaard gaf Marc Descheemaeker, de ceo van de NMBS, afgelopen weekend een interview over de teloorgang van het reizigersvervoer. Het gemor en geweeklaag van reizigers klinkt nu dermate luid, dat het zelfs tot de bestuurskamers is doorgedrongen.
“Tegen 2020 moeten we weer aan de top staan inzake stiptheid”, schat Descheemaeker. Ik heb het een paar keer opnieuw moeten lezen om het te kunnen geloven, maar hij zegt het echt: het duurt tien jaar om alle vertragingen weg te werken.
Je kúnt Descheemaekers uitspraak interpreteren als een zorgvuldig overwogen strijdplan – alles is onder controle! – ik zie het toch meer als een zwaktebod.
In 1945 brachten geallieerde bommenwerpers de Duitse industrie aanzienlijke schade toe. Het land zat op de knieën. Ook de spoorwegen werden getroffen. Toch reed in de zomer van 1946 93% van de Duitse treinen weer volgens het boekje.
Ik wil wel aannemen dat de NMBS met allerlei structurele problemen kampt, maar van vijandelijke jachtbommenwerpers is de spoorwegmaatschappij de afgelopen decennia opvallend gespaard gebleven.
Vooruit NMBS, laat zien wat je kunt!
“Tegen 2020 moeten we weer aan de top staan inzake stiptheid”, schat Descheemaeker. Ik heb het een paar keer opnieuw moeten lezen om het te kunnen geloven, maar hij zegt het echt: het duurt tien jaar om alle vertragingen weg te werken.
Je kúnt Descheemaekers uitspraak interpreteren als een zorgvuldig overwogen strijdplan – alles is onder controle! – ik zie het toch meer als een zwaktebod.
In 1945 brachten geallieerde bommenwerpers de Duitse industrie aanzienlijke schade toe. Het land zat op de knieën. Ook de spoorwegen werden getroffen. Toch reed in de zomer van 1946 93% van de Duitse treinen weer volgens het boekje.
Ik wil wel aannemen dat de NMBS met allerlei structurele problemen kampt, maar van vijandelijke jachtbommenwerpers is de spoorwegmaatschappij de afgelopen decennia opvallend gespaard gebleven.
Vooruit NMBS, laat zien wat je kunt!
Labels:
trein
Abonneren op:
Posts (Atom)
