dinsdag 8 november 2011

Geen goud van lood

Eerst een woord van troost: in Nederland gaat het nauwelijks beter dan in Vlaanderen. Ook daar zoeken vooruitstrevende technologieondernemingen zich suf naar geschikte werkkrachten en brengt dat personeelstekort de welvaart in gevaar. Af en toe wordt er een blik Chinezen of Indiërs opengetrokken om het kennisniveau op peil te houden. Ik zag het gisteren in Tegenlicht van de VPRO - altijd weer indringende televisie.

Dan de beklemmende boodschap: net als in Vlaanderen leeft in Nederland het idee om 'weinig productieve' studierichtingen te ontmoedigen. Ik voel me aangesproken. Godzijdank behoor ik niet tot vervloekte diersoorten zoals de archeologen, sociologen en psychologen ("Wat maken ze? Geleuter!"), maar mijn vakgebied, de literatuur & taalkunde, is toch ook weer niet zoveel nuttiger.

Zelf ben ik in de communicatiesector beland. Sinds kort ben ik 'conversation manager' bij een overheidsinstelling - maar behalve een paar verdienstelijke nota's breng ik voorlopig weinig tastbaars voort, of toch niets waarmee je de Chinezen de stuipen op het lijf jaagt.

Ik zou willen dat het anders was. Ik zou veel liever robotarmen in elkaar draaien, een antwoord op Einstein formuleren of een nieuwe werkzame stof tegen kanker synthetiseren. Een sierlijk stukje code schrijven, dan ben je tenminste iemand! Maar het behoort domweg niet tot mijn mogelijkheden. Mijn talenten liggen ergens anders. Ik heb een wetenschappelijke richting gedaan op de middelbare school en dat ging mij niet goed af. Als ik op dat spoor was doorgegaan in het hoger onderwijs, dan had ik nu helemaal geen diploma. Dat zou de kenniseconomie ook niet ten goede zijn gekomen.

Dus heren van het beleid, in Nederland en Vlaanderen, luister even naar mij. Ik vind het prima dat jullie technische richtingen willen stimuleren, al was het alleen maar omdat ik dan niet meer zo lang op een loodgieter hoef te wachten. Maar vergeet niet dat niet iedereen dezelfde roeping heeft. De ene richting is de andere niet. Je kunt van lood geen goud maken.


zondag 9 oktober 2011

Stadszicht zonder foto

Typisch: net als je denkt dat je alles wel hebt gezien en je fototoestel in de lade laat liggen, ontdek je een nieuw stadszicht waar je mond wijd van openvalt. Het overkwam me vandaag op de Campus Kantienberg van de Arteveldehogeschool in Gent.

Dat is een tamelijk nieuw gebouw waar ik regelmatig voorbij fiets en dat ik bij iedere passage weer weet te appreciëren als een aanwinst. Want waar nu een aantrekkelijk modern gebouw staat, was er vroeger een troosteloos parkeerterrein. Onbegrijpelijk hoe verkwistend we soms met onze schaarse open ruimte omspringen.

Vandaag, de Dag van de Architectuur, was mijn kans om de campus binnenin te bezichtigen. Hij bleek net zo inventief ontworpen als ik me had voorgesteld. Vooral de manier waarop de verschillende niveaus met elkaar zijn verbonden - het bouwterrein ligt op een helling - is prikkelend. Als je dan toch moet sjezen, dan liever in een esthetisch verantwoorde omgeving als deze, dan in de naargeestigheid van - bijvoorbeeld - de faculteit Letteren op de Blandijnberg.

Het hoogtepunt was het uitzicht op de tiende verdieping van de toren. De liftdeuren glijden open en voor je voeten ontvouwt zich een panorama dat erom smeekt te worden gefotografeerd: netjes ingekaderd door de twee torens van de Sint-Pieterskerk, verrijzen in de verte de drie torens van Gent.

Maar zoals gezegd: de camera was thuis gebleven. En ook op het internet vind ik geen foto van dit tafereel. Er zit weinig dus anders op dan volgend jaar terug te gaan. Maar het zal duidelijk zijn dat ik dat niet als een klus ervaar.


donderdag 6 oktober 2011

Strak en handig

"The world is immeasurably better because of Steve", meldde Apple vandaag bij de dood van zijn stichter Steve Jobs.  Voor de aanheelhouders van Apple zal dat wel kloppen. Maar zouden de huisvrouwen in de Kivu en Ethiopië er ook zo over denken?

Hoe dan ook: de bijna religieuze verering voor de afgestorvene laat onverlet dat Steve Jobs een getalenteerd man was, die mooie en bruikbare gebruiksvoorwerpen heeft bedacht.

Dat is minder eenvoudig dan het lijkt. Hoe lastig het is om het mooie aan het nuttige te paren, blijkt vaak uit banale voorvallen.

  • De NMBS heeft jaren geleden in een aantal kleinere stations  rode, metalen zitjes neergepoot op de perrons. Ik zeg niet dat ze mooi zijn, maar ze getuigen ontegensprekelijk van de intentie om een strak ontwerp te maken. Zijn ze bruikbaar? Dat is wat anders. Echt lekker zitten doen ze niet.
  • Ik was vandaag bij Mexx om een Steve-Jobsachtige coltrui te proberen. Het pashokje was minimaal en strak ingericht: alles wit, op een kleerhaak na. Was het handig? Nee. Ik miste een stoeltje. Nu moest ik veel kleren op de grond leggen.
Minder is meer, maar niet altijd.

donderdag 11 augustus 2011

Buck Rogers

De ouderwetse injectiespuit bleek plaats te hebben gemaakt voor een object uit glanzende kunststof dat  trillingen voortbracht.

De verdovende prik was uiterst doelgericht, als een precisiebombardement met geringe collateral damage.

Er werd een lasergun tussen mijn lippen gewrikt.

Het vulsel liet geen hinderlijk gruis achter in mijn mond. Ik hoefde niet eens na te spoelen.

Ik ben naar de tandarts geweest vandaag, en het was alsof ik een aflevering van Buck Rogers was terechtgekomen: clean, hightech en zeer wit.

woensdag 10 augustus 2011

Gevonden voorwerpen

Niet zo lang geleden stond er 's ochtends plotseling en onverhoopt een kapotte stofzuiger bij mij op de stoep. Ik negeerde hem hardnekkig maar zonder succes, want 's avonds stond hij er nog.

Begin deze week trof ik in mijn tuin een grote sportzak vol lege PET-flessen aan. De flessen roken alsof ze benzine hadden bevat. Waarschijnlijk heeft een moslimterrorist zijn lading verloren, ergens op een hoogte van 30.000 voet. Maar zuiver theoretisch is het natuurlijk ook perfect mogelijk dat een of andere malloot een geschikte plek zocht voor zijn afval en besloot: laat ik het gewoon over dit tuinmuurtje flikkeren. In een normaal mens zou zoiets nooit opkomen, maar je mag het niet uitsluiten.

Hoe dan ook, gedwee heb ik alles in een vuilniszak gestopt. Je bent tegenwoordig al blij als er geen brandende benzineflessen in je achtertuin belanden.


zaterdag 6 augustus 2011

Hoera kan altijd

Ik kocht in de Hema een wenskaart met hoera erop. Wat zeg ik, ik sloeg gelijk een voorraadje in. Want de hoerakaart is universeel inzetbaar.

  • Hoera, zoals in "hiep hiep hoera"!
  • Hoera, getrouwd!
  • Hoera, het is een jongen!
  • Hoera, we verhuizen!
  • Hoera, gescheiden! 
Hoera word je niet snel beu. Hoera kan altijd. One size fits all. Dus waarom ook niet:

  • Hoera, het is kerstfeest!
  • Hoera, we zijn met vakantie aan de Moezel (en sturen je onze groeten)!

De hoerakaart is ideaal. Ik kan haar van harte aanbevelen.

Iets met oplichting

Het was lekker weer, het weekend begon en ik zat op een terras. Met hoge verwachtingen begon ik aan Inherent Vice van Thomas Pynchon. Het boek was me aangeraden door mijn ex-collega Wouter, in wiens literaire smaak ik een onwankelbaar vertrouwen heb.

Ik was nog maar twee pagina's ver en ik kon er al geen touw meer aan vastknopen. Iets met oplichting en buitenechtelijke relaties, vermoedde ik.

Toen kwam Wouter opdagen. "Ik zie dat je Inherent Vice aan het lezen bent! Waar ik je misschien wel voor had moeten waarschuwen: het is niet zo'n makkelijk boek."